Category Archives: Philosophy

Niet mijn wil, maar Uw Wil geschiede?

Fénelon en de poging God te redden in de ‘innerlijkheid’: de verborgen zoektocht naar de ‘morele intuïtie’.

In de vroege moderniteit heeft er in het westers Europees bewustzijn een omslag plaats van het rationele godsidee – God als het hoogst denkbare van het zuivere intellect – naar het voluntarisme. Het geloof in de almachtige God, niet langer voor de theoretische rede herkenbaar in de objectieve wereld, wordt tot een uiterste wilsinspanning, een menselijke zoektocht naar zuivere liefde. Een zoektocht die eind 17e – begin 18e eeuw tot in zijn uiterste consequenties in de persoon van Fénelon (1651-1715) gestalte kreeg. Continue reading Niet mijn wil, maar Uw Wil geschiede?

Met verwondering denken tot aan het kennen van de wereld?

Het grote betekenisverlenend geheel kunnen we nooit overzien, was ooit eens de conclusie van een oud docent. De werkelijkheid zelf overstijgt immers alle kennis die wij over deze werkelijkheid kunnen hebben. En omdat wij ons nu eenmaal omsloten weten door de grenzen van onze fysiekzintuiglijke gestalte, zal onze kennis uiteindelijk altijd ‘perspectivistische’ kennis zijn. Bovendien, waarom zou je überhaupt het grote geheel van de werkelijkheid willen overzien, zal menigeen zich afvragen. Vanwaar deze drang? Is het onze existentiële behoefte aan verwondering die ons telkens opnieuw doet reiken naar het on(be)reikbare? Een van de kosmische onmetelijkheid uitgaande onbedwingbare lokroep die ons voor de eeuwigheid uit de tent lokt om nooit meer terug te keren?

Filosoof Cornelis Verhoeven schreef eens dat in de verwondering alles op het spel staat. Alleen al over verwondering spreken is namelijk een pretentieuze onderneming omdat alles over hoop gezet moet worden. Het is daarom onmogelijk om in te leiden in de verwondering: want, eenmaal opgewekt is de staat van verwondering eerder een ontheemd zijn dan thuis zijn. Het is daarom ook het radicaal tegenovergestelde van algemene kennis, volgens Verhoeven niet meer dan een scherm waarmee de middelmatigheid op haar plaats wordt gehouden teneinde te behoeden voor een inval van de realiteit. Algemene kennis is het mee kunnen praten, in het praten erbij horen, niet meer dan een hobby-achtige, kwasi-geïnteresseerdheid die niet naar de dingen zelf uitgaat.

Hoe waar deze woorden van Verhoeven ook mogen zijn, zelfs in dit erbij willen horen sluimert nog altijd het verlangen naar verwondering. Het avontuur van het onmetelijke dat gewekt kan worden in een moment van onoplettendheid. Zelfs de meest hardnekkigste vorm van vanzelfsprekendheid kan in een moment van verbijstering ineenschrompelen, om de ogen, de vensters op de wereld opnieuw tot glasheldere weerspiegeling van het wonder te stemmen. Is dit nu niet juist het voortdurende paradoxale spel waarin de mens verwikkeld is? Willen weten om uiteindelijk steeds meer te beseffen dat we niets weten en dus de verwondering kunnen toelaten tot in de diepste uithoeken van ons wezen?

WAT WIL DERRIDA? EEN KNUPPEL IN HET HOENDERHOK VAN DE TAAL

Het lezen van het essay over de ‘Toren van Babel’ van Jaques Derrida is een inspannende bezigheid. Je zou Derrida ervan kunnen verdenken dat het problematiseren van het verstaan van de taal, iets wat hij als deconstructie-methode uitwerkt, een doel in zichzelf geworden is. Maar schijn bedriegt. Want wat beoogt hij? Continue reading WAT WIL DERRIDA? EEN KNUPPEL IN HET HOENDERHOK VAN DE TAAL

METAMORFOSEN OF EEN ‘SIMPLE TWIST OF FAITH’?

Kritische beschouwingen over het belang van een theologische hermeneutiek

Werkelijkheid en Theologie

Het is wellicht typerend voor een theoloog om datgene wat in de wereld gebeurt vanuit een theologisch perspectief te benaderen. Zo opent Eric Borgman in het vierde hoofdstuk van zijn boek Metamorfosen met een theologische interpretatie van het Rapport 2004 van het Sociaal Cultureel planbureau.[ii] Het rapport zou iets onthullen van ‘een angst voor de toekomst, het gevoel dat niet de dageraad van de waarachtige menselijkheid voor de deur staat, maar dat alles wat moeizaam veroverd is wordt bedreigd door een altijd op de loer liggend steeds slechts tijdelijk naar de achtergrond gedrongen ‘Ungeheuer’. Continue reading METAMORFOSEN OF EEN ‘SIMPLE TWIST OF FAITH’?

DE UITVINDING VAN HET SCHRIFT: OOG OM OOR

1. Het schrift en de scheiding der zintuigen.

Plato’s fundamentele kritiek op het ‘schrift’ was dat door de externalisering van het gesproken woord in materiele tekens het levende communicatieproces onherstelbaar verstoord zou worden. Het omgekeerde proces – terug van het geschreven woord naar het gesproken woord – zou daarom niet anders dan de gestalte van een analogie kunnen aannemen, waardoor het oorspronkelijk bedoelde, dat waarnaar gerefereerd werd, voorgoed uit het oog verloren zou zijn. Was Plato een ‘visionair’ die de gevolgen inzag van een zich in éénzijdigheid verliezende cultuur? Continue reading DE UITVINDING VAN HET SCHRIFT: OOG OM OOR

WAARHEID EN WETENSCHAP

De noodzakelijk van vooronderstellingen vrije kennistheorie als voorwaarde voor een niet-zintuiglijk kennen.

De filosofie van Rudolf Steiner: synthese tussen natuurwetenschap en mystiek. Een kritiek op Kant en Fichte.

 Filosofie: -liefde tot wijsheid; je kunt alleen iets liefhebben dat levend voor je is. Zolang men nog de “sophia” als iets levends kende, kon men van “philosophia” spreken. In deze tijd waarin de “sophia” enkel een aggregaat moet zijn van alles en nog wat wat aan begrippen over het levenloze bij elkaar geraapt is uit de wereld, in deze tijd moet ook de “philo” verdwijnen…Nadat de “sophia” gestroven is, bestaat er voor de “sophia” geen liefde meer, hoogstens in de herinnering. Dan zou je alleen nog maar een geschiedenis over de nu overleden filosofie kunnen schrijven…Dat is in feite bij de nieuwe filosofen ook het vaakst het geval.[i] Continue reading WAARHEID EN WETENSCHAP

GOD IN DE MUZIEKFILOSOFIE?

 Plato en Marion: de ziel als toneel voor de ontmoeting tussen intentionaliteit en gave.[i]

Inleiding

In zijn fenomenologische zoektocht naar een mogelijk denken van God komt Jean-Luc Marion tot de conclusie dat Husserls fenomenologie ontoereikend is. Zij zou in haar subject-object denken blijven steken en daarmee in de dubbelzinnigheid tussen het verschijnen en het verschijnende, tussen de intentie en de aanschouwing, waardoor de nadruk komt te liggen op de adequatie, de duiding van de onderlinge verhouding. Wat in de fenomenologie verschijnt zou daarom niet meer dan een idool zijn, een reflectie, onontkoombaar door het subject zelf geintendeerd, in welks beweging zij zelf gevangen blijft. Husserls fenomenologie zou zich hierdoor uiteindelijk kenmerken door een determinatie van het fenomeen dat wordt geconstitueerd door een gebrek: ‘dat wat geeft, ontbreekt.[ii] Trachtend te ontkomen aan de intentionaliteit wil Marion daarom de zuivere gave denken, Continue reading GOD IN DE MUZIEKFILOSOFIE?

PLATO AND WESTERN PERCEPTION OF ORALITY

It is an interesting fact of history that somewhere between the year 1962 and 1963 in three different countries – France, Great-Britain and the US – five publications from five different authors appeared. All of them independently trying to shed light on the same subject: what role orality played in the history of human culture, and how orality related to literary cultures. Continue reading PLATO AND WESTERN PERCEPTION OF ORALITY

NIETZSCHE ALS RELIGIEUS MENS

Of Nietzsche als religieus mens kan worden beschouwd hangt voor een groot deel af van hoe het menselijk ik wordt geïnterpreteerd. Het menselijk ik kan worden beschouwd als een ‘einmaligkeit’, waarbij de individualiteit wordt benadrukt. Als scheppend, volstrekt vrij en autonoom, geen enkele macht boven zichzelf erkennend, volledig vertrouwend op eigen kracht, elke metafysische, transcendente realiteit verwerpend. Continue reading NIETZSCHE ALS RELIGIEUS MENS