Als ik God was dan…

Dat een op het eerste gezicht vrij onschuldige opdracht voor levens-beschouwing onder moslimleerlingen voor enige commotie zou zorgen had ik niet kunnen bevroeden. Dat er een diep vraagstuk aan ten grondslag ligt dat verheldering behoeft was wel al snel duidelijk. Na het zien en bespreken van de film “Bruce Almighty”, waarin acteur Jim Carry zich de Ene Almachtige God mag wanen, leek het een interessante denkoefening voor de leerlingen: wat zou jij doen als je God was? Toch waren er leerlingen die na overleg met ouders besloten om de opdracht niet uit te voeren omdat islam dat niet toestaat. Moslims mogen zich namelijk niet identificeren met God.

De individuele vrijheid lijkt hier echter in het geding te zijn. Want is een absoluut verbod op identificatie met God niet een verlamming van de morele intentie, het zuivere verlangen God of het mysterie te willen kennen? Is de zoektocht naar God, eigenlijk niet de zoektocht naar onszelf, en dus onderhevig aan de menselijk gegeven twijfel? Een noodzakelijke twijfel om als mens geestelijk te kunnen groeien? Hier zit de paradox: een absoluut (moreel) verbod getuigt namelijk van een menselijke blinde hoogmoed omdat die mens pretendeert te weten dat God voor altijd en eeuwig onkenbaar zal zijn. En dat terwijl diezelfde God in absolute termen wel kenbaar heeft gemaakt hoe jij je als mens hier op aarde dient te gedragen. Hoe kan een feilbaar mens, die God, de Onkenbare niet kan kennen, absoluut zeker weten dat hij de Onkenbare nooit zal kunnen kennen en bovendien gelijktijdig absoluut zeker weten hoe zich te ‘moeten’ gedragen? Dit is een cirkelredenering waar de gelovige niet aan kan ontsnappen.

Door je als mens voor te stellen als God wordt juist je menselijke natuur uitvergroot, je kwetsbaarheid, je onwetendheid. Maar ook je verborgen talenten, je wensen, je dromen, je intenties komen tot uitdrukking. Want hoe zou jij willen dat de wereld er uitziet? Je ontdekt je grenzen, je plaats hier op aarde, je individuele bezieling die je als je lot moet leiden in harmonie met het grote geheel; noem het God. Dat is de individuele menselijke vrijheid, die vanuit eigen wilskracht de verbinding met het geheel moet herstellen. Voor de moslim gelovige die zich deel weet van islam ligt dit anders. Door collectief een verbod op te volgen dat het geloof voorschrijft, wordt de illusie van zekerheid geschapen die in tijden van politieke polarisatie waarin we leven alleen nog maar sterker wordt aangewakkerd. Het is precies deze politiek van verdeel en heers, die niet wordt doorzien, die moslims in een verengde saamhorigheid manoeuvreert waar individuele vrijheid onder druk komt te staan.

Dat de mens Bruce als God er niet veel van bakte was overduidelijk: hij werd een superegoïst, misbruikte zijn macht en ontregelde de kosmische orde. Maar, hij had een vrije wil. En dat is juist de schoonheid, zo zei God. Pas toen hij zich gewonnen gaf in totale overgave knielend op de snelweg, om vervolgens door een vrachtwagen te worden aangereden waarna God hem in de hemel de vraag stelde wat hij nu werkelijk wilde, leek hij zichzelf te kunnen loslaten. Voor het eerst was hij tot liefde in staat. Niet langer wilde hij voor zichzelf iets, maar wenste hij dat zijn grote liefde, Grace, gelukkig zou zijn. Is dat niet essentieel voor de mens: vanuit vrijheid begrip ontwikkelen voor het gebod? Immers, eerst dan als er begrip is voor de wet zal de mens deze vrijwillig willen opvolgen. En dan is een god die altijd onkenbaar blijft niet langer noodzakelijk om het morele streven naar het Goede te waarborgen.

 

Leave a Reply