Een hernieuwde doordenking van de koran?

 Nasr Abû Zayd aan het woord

Al sinds duizenden jaren staan culturen met elkaar in contact, drijven ze handel, is er sprake van wederzijdse beïnvloeding, of gaan ze ten onder in een militaire krachtmeting. Konden in het verleden culturen zich nog in relatieve autonomie ontwikkelen, door het proces van globalisering, dat in de eenentwintigste eeuw met de technologie een hoge vlucht heeft genomen, lijken onafhankelijke culturen voorgoed van de aardbodem te zijn weggevaagd. Zoals culturen niet als een afgesloten geheel kunnen worden beschouwd, kunnen ook heilige boeken niet als een gesloten tekst worden gezien. Althans, dat is de opvatting van de Egyptische professor Nasr Abû Zayd die een hernieuwde doordenking van de koran voorstaat. In Rethinking the Qur’ân schrijft Zayd dat door de koran uitsluitend als een tekst te benaderen haar status wordt aangetast, en dat door het ‘letterlijk’ nemen van de tekst ook het feit wordt ontkend dat de koran – en dat is al sinds het ontstaan van islam traditie – in het alledaagse leven van veel moslims functioneert als een discours. De koran nodigt de individuele gelovige immers uit tot een inspirerende dialoog die zijn dagelijks leven kan beïnvloeden.[1] In de kern is dat waar Zayd met zijn studie toe oproept: de ontwikkeling van een humanistische hermeneutiek die zich baseert op intellectuele vrijheid. Een vrijheid die eerst deze levende, inspirerende dialoog mogelijk maakt. Volgens Zayd schiet de moderne westerse interpretatieleer daarin echter op een aantal punten te kort.

Het eerste punt dat Zayd benoemt, is dat in een geglobaliseerde wereld, waarin vele moslims voorgoed naar westerse landen zijn geëmigreerd, de methode van her-contextualisering van bepaalde passages van de koran niet langer bevredigende antwoorden kan geven in het gevecht tegen fundamentalisme en de middeleeuwse praktijken die in bepaalde moslimlanden bestaan. Door vast te houden of terug te willen keren naar de gouden tijd van de eerste vier rechtgeleide kaliefen wordt immers het feit ontkend dat de wereld van islam voorgoed is veranderd. Daarbij is het zowel voor moderne moslimwetenschappers als fundamentalisten onmogelijk om met absolute zekerheid vast te stellen wat de culturele en intellectuele impact was van de wijze waarop de koran in de begintijd van het ontstaan van islam functioneerde. Zowel voor de modernen als de fundamentalisten zal er dus altijd sprake zijn van een (historische) reconstructie van de door de geschiedenis heen overgeleverde bronnen. Een reconstructie die bovendien altijd gevoelig zal zijn voor ideologische manipulatie, wat door de absolute religieuze claim op Waarheid tot een religieuze dictatuur kan leiden.

Daar komt bij, en dat is een tweede punt dat Zayd benoemt, dat het huidige politiek-ideologisch geladen debat over islam, dat mede door de media wordt aangewakkerd, voortdurend een grond verschaft voor twist tussen de moreelreligieuze gemotiveerde moslims die terugwillen naar de begintijd van islam, en de rationeel-wetenschappelijke ingestelde moslims die islam in de context van de moderne wereld willen begrijpen en vormgeven. Niet alleen het her-contextualiseren van koranpassages schiet dus te kort, maar ook het vanuit historische context lezen en begrijpen van koranpassages teneinde de huidige sociaal-politieke problemen op te lossen.

Ten slotte, en dat is het derde punt, ook de hermeneutische benadering die de historiciteit van de koran tracht aan te tonen biedt geen oplossing volgens Zayd. Want behalve dat door het benadrukken van de historiciteit van de koran elke modus van interpretatie wordt gerelativeerd, roept het bovendien een polemische en apologetische hermeneutiek op. Een discussie die nooit tot een oplossing zal leiden aangezien ideologisch gemotiveerde moslimgeleerden, juist door een absolute claim op Waarheid, tot in eeuwigheid argumentatief hun absolute claim zullen trachten te verdedigen. Tegelijkertijd, en dat is het paradoxale, wordt door westerse wetenschappers daar waar zij kritiek hebben op de absolute claim van religies, zelf ook impliciet de juistheid en validiteit van de westerse wetenschappelijke methode voorondersteld, wat de polemiek alleen nog maar versterkt.

Zayd’s conclusie is daarom dat de westerse methodische interpretatieleer niet volstaat om tot een juist begrip te komen van hoe om te gaan met de koran. Bovendien gaat deze benadering impliciet uit van de ‘letter’ van de tekst, waaraan ook nog eens door fundamentalisten, van het andere kamp, een goddelijke status wordt toegedicht die een absolute religieuze claim op de Waarheid legt. Daarnaast is er ook een politiek-religieus probleem dat de ontplooiing van intellectuele vrijheid in de moslimwereld de weg staat. Dit wordt veroorzaakt doordat vanuit de traditie de schriftgeleerden zich nog altijd gerechtvaardigd weten de tekst te ‘ver-talen’ naar de dagelijkse praktijk van de gelovigen. Maar hoe moet de koran dan gelezen worden?

Zayd beschouwt de koran van oorsprong niet als een gesloten corpus, maar als het resultaat van dialoog, debat, acceptatie en verwerping van pre-islamitische normen, vooronderstellingen en aannames. De totstandkoming van de koran weerspiegelt daarmee een democratisch proces dat zich door het uitoefenen van intellectuele vrijheid ontwikkelde. Daarom kan volgens Zayd een levende, inspirerende dialoog met de koran alleen dán ontstaan als de individuele gelovige de intellectuele vrijheid heeft, en die ook democratisch uitoefent, om de tekst tot zich te laten spreken. Dus onafhankelijk van wat schriftgeleerden voorschrijven. De tekst van de koran, het gesloten corpus, en de interpretaties van schriftgeleerden hebben in het verleden weliswaar de basis gelegd voor de religieuze overtuigingen van moslims, maar vandaag betekent het toekennen van autoriteit aan de geschoolde elites echter dat individuele moslims zich intellectueel nog niet hebben bevrijd. Volgens Zayd is het van belang dat moderne individuele moslims dit inzien om opgewassen te zijn tegenover de eisen die de westerse wereld aan hen stelt. Immers, het zien en begrijpen van de empirisch gegeven diversiteit van religieuze betekenisgeving in de moderne wereld, die deel uitmaakt van de menselijke diversiteit – dat vereist intellectuele vrijheid. Daarnaast kan alleen door ontwikkeling van intellectuele vrijheid voorkomen worden dat moslims[2] sociaal-politiek geïsoleerd raken. Moslims zullen dan namelijk niet meer ten prooi vallen aan de sociaal-politiek geïnstitutionaliseerde dichotomie: het ideologisch collectivisme dat gelijktijdig door westerse media en politiek en fundamentalistische moslims wordt geclaimd als dé islam. Dit te onderkennen is overigens van wezenlijk belang voor alle moderne individuele gelovigen, willen zij de ‘zin van het leven’ ontdekken, vrij van elke vorm van onderdrukking en manipulatie. Vrij, omdat zij hun intellectuele vrijheid uitoefenen, en dus vrij om de levende status van de koran – en natuurlijk van elk heilig boek – als discours opnieuw te onderkennen: een humanistische hermeneutiek gebaseerd op intellectuele vrijheid.

[1] N.A.Zayd, Rethinking the Qur´an: Towards a Humanistic Hermeneutics, p.10

[2] – Overigens niet alleen moslims, maar iedereen die zich tot een bepaalde gemeenschap bekent wordt in deze dichotomie gemanouvreerd.

Leave a Reply